Zo pomp je je banden op

CHECK ELKE 2 MAANDEN JE BANDEN OP 3 PUNTEN:

 

Spanning

Banden lopen langzaam leeg. Daar is niets aan te doen en daarom is het belangrijk om minstens elke twee maanden je bandenspanning te controleren. Klik hier voor handige tips voor het controleren van je bandenspanning.

 

Profiel

Met een versleten band heb je meer kans op bandenpech of aquaplaning en verminderen de remprestaties en wegligging. Het wettelijke minimum van het bandenprofiel is 1,6 mm. 
Je kunt met behulp van een euromunt eenvoudig de profieldiepte meten. Zet bij een zomerband een 1-euromunt tussen het profiel van je band. Zie je de gouden rand, dan is het advies de band te vervangen. Bij een winterband gebruik je een 2-euromunt. Zie je de zilveren rand, dan is je profiel, voor winterse omstandigheden te klein en zou je deze moeten vervangen.

Beschadiging

Banden kunnen beschadigd  raken door een spijker, schroef of door het raken van stoepranden. Controleer daarom je banden en velgen op beschadigingen, scheuren en bobbels.

 
 

TIPS VOOR HET CONTROLEREN VAN JE BANDENSPANNING

Controleer bij voorkeur als de band koud is.

Heb je 15 minuten  of  5 km gereden? Tel dan 0,3 bar op bij de adviesspanning.

Waar vind ik de bandenspanning?

De juiste bandenspanning vind je in het instructieboekje, op een sticker in uw auto (deurstijl, handschoenenvakje of tankdop) en je kan hem op basis van je kenteken vinden op www.watismijnbandenspanning.nl

Bandenmaat

Indien op de sticker meerdere bandenmaten staan vermeld, let dan goed op de bandenmaat die daadwerkelijk onder de auto is gemonteerd. Je vindt de bandenmaat aan de zijkant van de band (bekijk hier een voorbeeld). Als deze bandenmaat er niet bij staat, gebruik dan de zwaarbelaste adviesbandenspanning van de meest gelijkende bandenmaat.

Bandenspanning in de winter

De adviesspanning volgens de sticker of instructieboekje in je auto is voor een zomerband en zomerse temperaturen. Wanneer het in de winter kouder wordt is het verstandig om 0,2 bar bij de adviesspanning op te tellen. 

Reservewiel

Vergeet niet om regelmatig je reservewiel te controleren. Bij het reservewiel moet de bandenspanning 0,5 bar hoger liggen dan de voorgeschreven adviesspanning zodat hij bij pech steeds gebruiksklaar is.

Is je reservewiel een zogenaamde thuiskomer? Vul deze dan met 4,2 bar. Let op dat je met een thuiskomer niet harder rijdt dan 80 km per uur.